Zuid-Engeland

Het is kwart voor acht als ik mij parkeer in de buik van de ferry. Het varen duurt bijna twee uur. Ik ontmoet twee Belgen, die met de motor naar het eiland Man rijden. Ik zie Fransen en Nederlanders met happy faces. Voor de Britten, die minstens een uur achterlopen, voelt het aan alsof het nog middernacht is. Ze strompelen als zombies naar het bovendek. De Europeanen ontbijten Engels. De Engelsen drinken Belgisch bier. Mauvegekleurde grijze vrouwen in pastelgroene jasjes drinken thee. Ik neem een koffie en oefen in het vinden van de zeven verschillen tussen ‘ons’ en de eilandbewoners.

Uren aan een stuk heb ik de voorbije week gegoogeld.  Geen enkel initiatief heb ik gevonden, waarmee het Verenigd Koninkrijk in de voorbije vijftig jaar ook maar een centimeter dichter bij de Europese Unie is komen te staan. Ze bleven betalen in ponden, wegen in ounces, meten in inches en rijden in mijlen. Op alle mogelijke manieren vormen de Engelsen een eiland van aparte gewoontes. En, het wordt er niet beter op. Met hun afbrokkelende krijtrotsen nemen ze jaar na jaar nog meer afstand van het vaste land. 

Al zijn er wat verschillen, dat rijden in mijlen valt best wel mee. De meeste mensen zien op tegen het links rijden.

Waarom ze daar links rijden, is iets uit lang vervlogen tijden. Ridders – die meestal rechtshandig waren – konden hun tegenligger beter van het paard sabelen vanuit een linker spoor. Om vlug hun steekwapen te kunnen grijpen, droegen ze dat dan logischerwijze links. Zo konden twee kruisende ridders – als ze niet aan het vechten waren – ook niet blijven haperen en vernestelen in elkaars wapentuig. Links rijden klopte dus in alle opzichten.

Om het paard niet in twee te snijden met al dat metaal aan hun ceintuur, maar vooral omdat geklungel niet bij hun ridderstatus paste, was het ook logisch om het paard te bestijgen langs de linkerkant. Dat zit nog altijd – ook bij ons – in de eindtermen van paardrijlessen.

Trouwens, langs welke kant stap jij op een fiets of ga jij op de motor? From the left, … right?! Omdat wij allemaal nog een beetje ridders zijn, staat die pikkel altijd links gemonteerd.  

Sinds Napoleon (linkshandig) rijden wij rechts. Daardoor is onze motorgroet op het continent een symbolische handreiking. We raken elkaar net niet aan. Als je dit in Engeland doet, moet je het gas lossen en riskeer je dat er een Land Rover of een Jaguar in je gat zit. Daarom knikken de Engelsen meestal met hun hoofd. Of, heel af en toe steken ze even de linker wijsvinger in de lucht, waarmee ze de indruk geven dat het zo meteen zal beginnen regenen, wat het meestal ook doet. Alle pro’s van het links rijden ten spijt, dankzij Napoleon hebben wij een motorrijdersetiquette met veel meer toenadering dan de Britten.

Engeland is een land van ridders, van gentle(wo)men with high standards. Onder hun witte hemdsmouwen schuilen heroïsche tatoeages. In voetbaltribunes ontpoppen ze zich tot hooligans. Die dualiteit tussen overdreven hoffelijkheid en enthousiast iemand een kopje kleiner maken, zit sinds de mythe van de Ridders van de Ronde Tafel in hun cultuur gebeiteld. Op één of andere manier houden zij altijd meer afstand.    

Van Dover naar Bournemouth (dag 1)

Ik neem me voor langs de kust te rijden met Brighton als een eerste halte. Wel, dit valt dik tegen. De wegen zijn slecht en het verkeer is druk. Het gaat niet vooruit. Na vijftien kilometer geef ik het op en stel de gps in op de snelste route, die me nog net niet Londen laat inrijden.

Brighton zelf is eveneens druk, maar heeft een zekere charme als toeristenoord. Het lijkt wat op Oostende, maar is veel groter en grotesker. Waar je in Oostende het staketstel hebt, heb je in Brighton een pier met de helft van Walibi erop.

Vanaf Brighton onderneem ik een nieuwe poging om de kustweg te volgen, die vanaf New Forest National Park echt de moeite wordt. Het is heerlijk rijden langs bochtige wegen in zo’n groene omgeving. Op dit stuk na, was het gewoon een kilometerdag om op de bestemming te komen.  

Voor de drie nachten heb ik een B & B – de Amarillo – geboekt in Bournemouth. De naam, die in het Spaans voor geel staat, ontsnapt aan elke logica. Het interieur is verfijnd ingericht in petroleumblauw en fel roze, so British. Bij het binnenkomen speelt er zachte klassieke muziek. Het koppel dat me ontvangt, loopt over van vriendelijkheid. Dat was trouwens ook te lezen in de vele positieve referenties, die ik enkel maar kan bijtreden. Een aanrader!

Van Bournemouth naar Sidmouth en terug (dag 2)

Voor een pond maak ik met een kleine overzet de verbinding tussen Sandbanks, het schiereilandje van Bournemouth, en Studland. Daarop volgt een rustige tolweg naar Swanage.

Enkele minuten na het verlaten van de overzetboot schuif ik voorbij het tolhuisje. Blijkbaar is er geen heffing voor motoren en ik krijg een lange tirade, zwaar beschuldigend dat ik de verkeerde weg heb genomen. Ik had langs de parking moeten rijden. Er stond een duidelijk bord bij het afrijden van de ferry. Volgens de man in het uniform besef ik niet genoeg hoe gevaarlijk het is om langs zijn bareel te passeren, met ‘groot’ risico dat de slagboom op mijn hoofd terechtkomt. Ik sorry … sorry … sorry mezelf, dat ik dat niet heb gezien. Omdat terugrijden tegen de stroom van de file geen optie is, opent hij na de hele litanie – met zijn hoofd uit het loket en enig misprijzen dat ik hem met zo’n grote verantwoordelijkheid opzadel – de weg.

Ik heb wellicht al meer door barelen gereden dan ik ooit makrelen heb gegeten, maar zoiets, heb ik nog nooit meegemaakt. Als die Engelsen maar zoveel vertrouwen hebben in hun technologie, schrap ik meteen ook die Triumph op mijn bucketlist.

Dit mag niemand ervan weerhouden die route te nemen, want de weg slingert door een prachtige natuur naar Swanage en nodigt de hogere versnellingen uit. Tenzij je graag de tollenaar even uit de bol wil zien gaan, neem de parking om op de weg te komen. Je bespaart er wat tijd mee.

Swanage ligt in een baai en heeft ongetwijfeld een plaats in de top tien van de mooiste pieren ter wereld. Vooral, het is er ook rustig.

Langs Corfe Castle – even landinwaarts – rij ik naar Durdle Door, en verder naar Sydmouth.

Waar de kustlijnen mooie haltes heeft, zijn het toch de wegen in het binnenland die het motorhart sneller doen slaan. Op de terugweg rij ik door velden en bossen, langs Moreton, een verborgen juweel dat zelfs niet gekend was door de uitbaters van de B&B.

Moreton is een onooglijk klein dorp, iets van niets, waar een groot stuk geschiedenis rust in de figuur van T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia). Lawrence of Arabia scoorde als Engelse verbindingsofficier in de eerste wereldoorlog door mee te werken aan de Arabische opstand  en een nieuw front te vormen tegen het Ottomaanse leger, met uiteindelijk de verovering van Damascus.

Van zijn pensioen – op 46-jarige leeftijd! – heeft hij slechte enkele weken kunnen genieten. Hij kwam om in een motorongeval, in Moreton. Zoals gewoonlijk had het die dag geregend. Hij had willen uitwijken voor twee jongens op hun  fiets en werd over zijn stuur gekatapulteerd. Zes jaar later – in 1941 – en dit ongeval nog steeds indachtig, zou de motorhelm verplicht worden in het Engelse leger. Bij ons is die algemeen verplicht sinds 1976.

Ik neem mijn helm af en bezoek het graf.

Bristol (dag 3)

Omdat ik intussen door heb dat de mooiere kronkels niet langs de kust liggen, besluit ik vandaag middendoor naar Bristol te rijden. Dit is een route zonder veel oponthoud, gewoon genieten van het smalle asfalt tussen zeeën van groen.  

In Groot-Brittannië is alles oud. Als het nieuw is, dan lijkt het meestal ouderwets. Dit is niet het geval in Bristol. Daar raakt het oude aan het nieuwe op een zodanige manier dat de stad leeft. De stad bruist. Inwoners en toeristen flaneren in de oude stadskern, picknicken in de parken, chillen langs het water en kijken naar cricketwedstrijden op groot scherm. Dat de kern verkeersvrij is, zal daar alleszins een grote bijdrage toe leveren. Kortweg, een bezoek aan Bristol is een pijl in de roos.

Mensen doen ook inspanningen om meer kleur in de stad te brengen.

Naast haar havenactiviteiten is Bristol bekend voor de luchtvaartbedrijf dat de Concorde bouwde. Dat dit finaal niet zo’n groot succes was, doet me meer begrip opbrengen voor de dwangmatige angst van de poortwachter met zijn hefboom aan de tolweg in Studland. Ook James Bond gebruikt meestal iets maar één keer, als het op Britse technologie aankomt. Nu, de meeste luchtballonen op onze planeet zouden ook uit Bristol komen, en tot nu toe heb ik daar nog niet zoveel klachten over gehoord. Dus, misschien die Triumph toch nog even in beraad houden en tussen haakjes zetten op de bucketlist, in plaats van onmiddellijk een pot tip-ex boven te halen?

De terugweg gaat parallel met de heenweg, langs weiden, bomen en struiken, kleine dorpen, voor het plezier van het motorrijden.

De terugweg (dag 4)

Ik mankeer nipt de tijd tussen het ontbijt en de overtocht naar Calais om langs kleine wegen te reizen. Bovendien moet ik tussendoor ook nog even tanken, en wie weet wat er nog allemaal kan gebeuren. Daarom breng ik eerst nog een bezoek aan Christchurch, vooraleer te kiezen voor de snelste weg en de autostrade op te vliegen.

In Christchurch  zie ik enkele vrouwen ‘aanschuiven’ voor de zondagsmis. Gezien hun minderheid gaan ze er waarschijnlijk bidden voor een zachte brexit.

Hoewel Christchurch best wel mooi is rond de kerk, weet Wikipedia er niet veel meer over te zeggen dan dat 29,6% van de bevolking ouder is dan 65 jaar volgens de volkstelling van 2001.

Tussenin steek ik de helft van de autosnelweg rechts voorbij. In Dover geniet ik nog even in de volle zon van de laatste aanblik op de witte kliffen en kijk tevreden terug op deze minitrip.

Hoewel het niet veel verder ligt dan de Ardennen is Engeland bijzonder anders, heel eigen en typisch. Het reisgehalte is groter, de cultuur in vele details verschillend van de onze.

Voor wie erheen reist, geniet van de kust en leef je uit in het binnenland, maar vergeet vooral niet om altijd links te rijden op je metalen paard!  You’re travelling [double ‘l’ in the UK] back into time.