Mijn eerste opiniestuk met een oplossing

Vrouwen, mannen en kinderen

Onlangs was het internationale vrouwendag. De hele dag waren er op radio en televisie interviews, hevige discussies tot heftige ruzies over kloven, ongelijkheden, discriminatie, onderdrukking, onveiligheid en geweld. Allemaal, verschrikkelijke dingen. De vrouwelijke meerderheid van Facebook stond vol activistische berichten.  Op 19 november was het wereldmannendag. Dat hebben we vorig jaar in het gezin gevierd met een drankje en wat chips. De dag erop was het werelddag van het kind. Dat hebben we enkel met chips gevierd. Ik kon geen drank meer zien.

Ik vroeg me af of die themadagen wel nodig zijn. Kijkt een blinde uit naar de internationale dag van de witte stok op 15 oktober? Krijgt zijn hond andere brokken op 26 april, dag van de blindengeleidehond?

Een probleem

Gisteren was ik op de Schrijfdag in Antwerpen, bij Barbara de Munnynck over bloggen en bij Guillaume Van der Stighelen over opiniestukken.

Guillaume had een sterk punt. De hele problematiek van radicalisering in de maatschappij, en dat gaat niet alleen over de moslimgemeenschap, komt voort uit het feit dat men niet gehoord wordt. Een groep die geen aandacht krijgt, die niet beluisterd wordt, wordt radicaler. Zo simpel is het.

Daar een goed opiniestuk over schrijven is niet zo simpel, betoogde hij. Het probleem met veel opinies en opiniestukken is dat ze blijven vastzitten in de problematiek, en we hebben al problemen genoeg. Er worden boze brieven gestuurd naar kranten, die ze niet publiceren, omdat ze te boos zijn. Wat de lezer wil, is een oplossing of een deel van een oplossing, al is het maar een klein lichtpuntje in de complete duisternis.

Mijn opinie. Themadagen werken deradicaliserend en ze worden nog beter als ze naar een oplossing leiden. Themadagen zijn briljant. Dat woord nam ik mee uit de diamantstad, Antwerpen. Ze gebruiken dat daar veel. Maar, de timing van die themadagen kan veel beter. Gisteren liep ik als enige een hele dag met een motorhelm te zeulen. Vandaag is het dag van de motorrijder, en ik zit wellicht als enige voor mijn computer. Het wordt dringend tijd dat we die kalender herbekijken.

Een oplossing

Mijn voorstel is dat we uitgaan van de Schrijfdag als centraal punt in het jaar. Dat was zo goed. Ik heb iets opgestoken, zowel van Barbara als van Guillaume. De dag van de motorrijder kunnen we beter iedere dag inplannen. Wereldmannendag op 29 februari zetten, zou beter zijn voor mijn lever en iedere maand een internationale vrouwendag zou ook niet slecht zijn. Deradicaliseren!

Let’s tango

 

Ik kan mijn mening maar beter herzien. Ik kreeg het voorbije weekend drie Harley-groeten. En, er was nog meer connectie.

Voor het eerst sinds onze proefrit is June mee op de motor gestapt. Dat deed ze met de elegantie van een geoefende tanguera. Voor wie niet vertrouwd is met Argentijnse tango, tango gaat op de eerste plaats over muziek. Zoveel meer dan dat, gaat het ook over evenwicht, over leiden en volgen, een weg afleggen in schoonheid, over een intense omhelzing  en even heel de wereld voor elkaar zijn.  De tango vraagt connectie, concentratie en finesse, alsof iedere pas je laatste is. Tango is net zo subtiel als motorrijden in duo.

Een vrouw heeft het niet gemakkelijk in die tangowereld. Als ik zie hoe lang het duurt om de juiste naaldhak te kiezen, hoeveel keuzestress daarbij komt kijken en hoe een dame op de toppen van haar tenen loopt, begrijp ik niet waarom ze nog niet allemaal zijn overgestapt op motorrijden. De bottines van mijn Assepoester waren in één twee drie aangesjord, zonder aarzelen. Ze stond voor de kast, scande, focuste en nam doelgericht het juiste paar. Verbluffend!

‘Kom,’ zei ze.

Nog even foefelde ik het lipje in de sluiting van haar helm. Dat was een nieuw gegeven. Op de dansvloer zie je weinig mensen met een motorhelm.

Ik startte de motor, liet haar via het steuntje opstappen en voelde de stevige abrazo net boven mijn heupen. Zoals de eerste meters in de dans een verkenning zijn,  wennen voor allebei, reden we voorzichtig de straat uit. June mag dan al slank en licht zijn, de druk op de achterkant en de lichtere voorvork waren duidelijk voelbaar. Bij het optrekken leken een aantal paarden niet uit hun stal te komen en ook dat was aanpassen.

Het hoekje om vonden we de volstrekte rust. Haar omhelzing ontspande en ze parkeerde haar handen op mijn dijen. Ik voelde me James Bond. Hadden we niet met vrienden afgesproken, we waren ligna recta  naar het diepe Zuiden gereden in plaats van af te slaan.

Mijn eerdere instructies – ga mee met mij, beweeg in mijn richting en laat je gaan – leken in die vriendschappelijke  bocht verkeerd uit te pakken. June liet zich compleet gaan in haar koppelreflex. In een  relatie kan de ene wat tegenwicht bieden aan de andere, tegenhangen om op het juiste spoor te komen, om samen iets op te bouwen. Dat is vrij normaal. Dit gebeurt regelmatig, zeg maar meestal. Maar, op een motor eindig je op die manier met tweehonderd kilo schroot en een pak krassen op je helm. Een motor vraagt dat je meteen op dezelfde lijn zit. Dus, hebben we dit elementair deeltje hernomen.

Ervaren tanguera’s  volgen vaak met gesloten ogen, om de connectie en het gevoel steviger te maken in plaats van een denkbeeldige lijn voor ogen te houden en de stappen te zetten, die ze denken te moeten zetten, waardoor ze niet meer volgen. Op een motor is dit net hetzelfde. Je gaat mee in de beweging van de rijder. Ben jij de passagier, dan ga je met je hoofd over de linkerschouder in de linkerbocht, over de rechterschouder in de rechterbocht. Of pure tango, je doet je ogen dicht in de bocht en het volgen volgt vanzelf.

Na een korte Ctrl+Alt+Del gingen we rimpelloos de bochten in, en er weer uit. Ik had zelfs zin om langdurig te gaan twijfelen op ronde punten over onze afslag, zo goed ging het. Wat een mooie figuur, dat rond punt.

Nooit eerder besefte ik hoe belangrijk die tangolessen waren.  Te quiero, mi tanguera!

Oxytocine

Rood, met naast me een winterkompaan, een gabber, een rijder onder de zeven graden. Hij had een open helm alsof hij naar de oorlog reed, een soort skibril en een sjaal, die ook een theedoek kon zijn. Ik strekte mijn arm en deed iets tussen het vredesteken en een Twix, mijn motorgroet.

Geen signaal terug, geen connectie. De man staarde katatoon voor zich uit, zijn blik op oneindig. Zijn hoofd daverde. Als hij last had van Parkinson, dan begreep ik best dat hij zijn stuur niet zou loslaten om een groet uit te schudden. Maar, het was geen Parkinson, veeleer een zware tweecilinder. Een tok, tok, tok, Harley. Hij leed wellicht aan de ziekte van Davidson.

Davidson-adepten – of toch een aantal onder hen, ik mag natuurlijk niet veralgemenen – volgen strikt het commerciële marketingplan van hun merk. Dit houdt in dat ze niet echt motorrijden. Ze betalen voor een lifestyle. Ze kopen een machine die ze uniek configureren. Geen twee Harleys zijn dezelfde. Ze poetsen langdurig het chroom van hun imago en maken meestal korte ritten met lange pauzes, om naar hun stalen identiteit te kijken. Wil je een groet van een Harley-rijder, dan moet je tot de family behoren en rij je met hetzelfde embleem.

“Fulfilling dreams of personal freedom is more than a phrase. It’s our purpose and our passion. We bring a commitment, exceptional customer experiences to everything we do – from the innovation of our products to the precision of our manufacturing – culminating with our strong supplier and dealer networks. We are Harley-Davidson.”

Noch de Europeanen, noch de Japanners slaagden in een dergelijke originaliteit. Zelfs Ducati als designmerk, is vrij uniform. Van de CBR rijden er dertien in een dozijn. Allemaal lijken ze op elkaar. Je rijdt gewoon een CBR, niet meer, niet minder. Je doet het omwille van de bochten, de acceleratie en de g-krachten. Dit is een compleet andere missie.

“Racing is in Honda’s DNA.”

Daar stonden we, te wachten tot het rood verdween. Hij, met zijn fulfilled dream. Ik, met mijn in de lucht vergane groet. De Harley vertrok enkele groene seconden later. Ik hield me mooi aan de snelheidslimieten van de bebouwde kom en versnelde net daarbuiten in een goed geasfalteerde bocht. In mijn spiegel zag ik de motor en de helm van de personal freedom fighter kaarsrecht de bocht inkruipen, alsof hij op autobanden reed, nauwelijks onderhevig aan de middelpuntvliedende kracht. Ook daarin bleek de superioriteit van Harley-Davidson.

Als hij al met moeite groet, is het nog moeilijker om van zo’n Harley-fan een bloedstaal te vragen om na te gaan hoeveel adrenaline er uit zo’n bocht voortkwam. Bij een Honda, waarschijnlijk ook een Ducati, Kawasaki, Yamaha of Suzuki, laat mij BMW, Buell en Triumph niet vergeten, kun je er van op aan dat de adrenaline quasi recht evenredig stijgt met het toerental in de draai. Een heel metabolisme zorgt er dan voor dat die adrenaline terug op een normaal peil komt in de rechte lijn, tot alweer de volgende kronkel, om helemaal te relaxen op de aanmaak van oxytocine, het knuffelhormoon.

Oxytocine komt vrij van zodra er een teken van erkenning, een dikke duim of een liefdevolle aanraking ontstaat, en zorgt voor een gevoel van verbondenheid, steun en harmonie. Het vermindert stress, verlaagt de bloeddruk, de hartslag en de spierspanning. Het gaat zelfs ontstekingen tegen en bevordert de genezing van wonden. Iedere motorgroet maakt een beetje oxytocine aan, zowel in het aanbieden, als het ontvangen ervan. Daarom vormen motorrijders een community, zoals vrachtwagenchauffeurs elkaar bedanken met knipogende lichten na het inhalen, oxytocine aanmaken en elkaar over lange afstanden verbinden aan achtennegentig en negenennegentig kilometer per uur.

Datzelfde oxytocine-gehalte ligt ongetwijfeld nog hoger bij Harley-rijders. Het gebrek aan adrenaline biedt ruimschoots plaats voor meer oxytocine. Nu moet je wel weten dat oxytocine onder de hormonen zowat de wolf in schapenvacht is. Het zogezegde knuffelhormoon zorgt niet alleen voor een verbondenheid, het zorgt even zozeer voor agressiever, zo je wil passief-agressief gedrag tegenover buitenstaanders of concurrerende groepen. Net daarom groeten ze enkel binnen hun clan. We are Harley-Davidson.

Het loont de moeite voor verder onderzoek, maar oxytocine zonder adrenaline lijkt me al bij al saai, zoals een Nederlander oliebollen zonder krenten ook maar saai vindt. Een overshoot van dit liefdeshormoon leidt, wat mij betreft, enkel tot eigenliefde. Daarom blijf ik groeten naar iedereen op een motor, ook op een Harley, uit sympathie en om het teveel aan adrenaline te neutraliseren. Het is uit noodzaak. We are Charlie Bravo Romeo.

Na de tweede bocht was de Harley uit het vizier. Luttele minuten verder naderde een tegenligger met koffers, een GS. Hoi! … Hoi! Daar was ze, de mentale warmte, die de snijdende kou in twee deelde. Heerlijk!

 

Op reis door Gent wereldhaven

In de witte duisternis van mistbanken schuilde een verspreide kudde schapen. Het zouden de openingszin van een reis door Schotland kunnen zijn. Schotland was slechts een vlugge associatie met die mist en die schapen in mijn hoofd, want veel verder dan de haven van Gent kwam ik niet.

Mijn winterrondritten zijn tot nu toe allemaal dicht bij huis gebleven, hoogstens een uur of twee doelloos toeren, tochten in de categorie vinden zonder zoeken. Simpelweg de baan op, af en toe een lange bocht. Het volstaat om de batterij van de motor en die van mij weer op te laden. Met wat geluk is er ergens onderweg een koffie.

Een espresso, zwart, zonder suiker, bij het Afrikaans koppel van café De Zwaan in Langerbrugge zou fijn geweest zijn. Ik was nieuwsgierig naar hun verhaal. Alleen al het traject van Afrika naar Langerbrugge, of all places, sprak tot de verbeelding.

In mijn fantasie voeren ze als verstekelingen de Gentse zeehaven binnen, overleefden ze een paar illegale jaren in de leegstaande elektriciteitscentrale een eindje verderop, en roosterden ze af en toe een gestolen schaap uit de omgeving. Na de nodige stempels van de Dienst Vreemdelingenzaken begonnen ze te werken in café De Zwaan. Van het één kwam het ander, en ze namen de zaak over.  Of, die mensen zijn gewoon hier geboren, de ene in het Jan Palfijn-ziekenhuis, de andere in het UZ Gent. Ze werkten samen in de Finse papierfabriek. Er groeide iets. Ze kusten elkaar voor het eerst in dat café, droomden van een eigen business en namen de zaak over. De vorige eigenaar – ook daar was er iets gegroeid – had een vrouwelijke kapitein aan de haak geslagen en is de wereldzeeën gaan bevaren, in de kombuis van haar schip. Dat kan ook.

Helaas, ik heb het hen niet kunnen vragen. Op de valreep van 2016 naar 2017 heeft er een ernstige schouwbrand gewoed. Café De Zwaan is nu gebarricadeerd en dichtgetimmerd met houten platen. Geen koffie.

Ik nam de veerdienst. Ik had de boot voor mij alleen. De haven lag er vredig bij. Aan de overkant priemden de witte ogen van een containertruck door de mist. Rondom rond, waren er de vage silhouetten van kranen, schepen en fabrieken, allemaal kolossaal veel groter dan wat je in de stad ziet.

Na het aanmeren reed ik langs het logistiek centrum van Honda Europe. Ik mocht dan al de enige motor op de weg zijn, hier passeerden vorig jaar honderddrieënvijftigduizend motoren, allemaal Honda’s, die vanuit Japan de weg vonden naar Nederland, Duitsland, Oostenrijk en België. Ook mijn Japanner moet in 1998 op één van deze laadkaaien vertrokken zijn.

Een uur ben ik blijven dwalen tussen de dokken, tussen het Braziliaans ijzererts en de steenkolen uit China, tussen het oud ijzer en een chocoladefabriek. Ik pikte nog wat mooie bochten mee en reed via de R4 naar huis.

Afgestapt, de helm afgenomen, de handschoenen uitgetrokken, gaf ik de benzinetank een vuistje. Ik had een blij gevoel na mijn rit. Pas bij het schrijven besefte ik, dat ik in mijn helmgedachten een kleine wereldreis had ondernomen. Zoveel delen van de wereld die op die plaats samenkomen, en ik maakte daar deel van uit! Ik reisde door Gent wereldhaven.