Tour du Hainaut

Toen ik de parking in Dottignies opreed, zag ik vooral ruige gasten in leder en jeans, met vesten vol badges van hun motorclubs. Schedels waren in trek, en die van de wat oudere leden toonden zelfs een beetje osteoporose. Zo realistisch waren ze afgebeeld. Mijn motorbende bestond alleen uit mezelf, zonder badges.

Miskijk je niet op hun outfit. Die mannen zien er schrikwekkend uit, maar hebben een hart van goud. Het zijn de eersten die je ter hulp snellen als je een schuiver maakt. Ook al staan er enkele van die jongens om negen uur ’s morgens stoer met een pint in hun hand, één voor één zijn het sympathieke kerels. Het zijn kunstenaars, die van het motorrijden een cultuur hebben gemaakt. Tijdens de werkweek hebben ze een compleet andere tenue en zijn ze gewoon fabrieksarbeider, boekhouder, beenhouwer, homeopaat, of misschien wel beeldhouwer, zoals iedereen.

In de Ronde van Henegouwen passeerden we Doornik, gingen we de grens over tot Hergnies, daarna Beloeil – met een magnifiek zicht op het kasteel langs de achterkant van het domein – om via Pairi Daiza door te steken naar Silly, Ghislenghien, Lessines en vervolgens via Frasnes-les-Anvaing terug koers te zetten naar Dottignies. Honderdzeventig mooie kilometers, voorzien van duidelijke wegwijzers. Ik mankeerde er een paar, wat mij op honderdvijfentachtig bracht.

Het viel op hoe rustig Henegouwen is op een zondag. Weinig verkeer, niemand werkte, geen tractoren, zelfs kinderen speelden amper op straat.

Tijdens mijn tankbeurt onderweg ontmoette ik twee Fransen. Zij waren niet zo opgezet met die rust. De ene had een recente, matzwarte Triumph, die hij vulde met 98 octaan. Schone machine. De andere reed op een custom met op de achterkant Johnny Hallyday in airbrush. Als ik moest kiezen, dan toch liever de Triumph.

‘Er is hier werkelijk niets. Armtierig, dat is het. In Vlaanderen zijn alle frituren open. Hier is alles dicht. Een motortoer in Wallonië kun je beter op zaterdag doen, dan heb je tenminste iets om te eten,’ wist degene met de custom.

‘’t Is waar,’ zei zijn vriend, die er de laatste halve liter benzine – mooi tot aan het randje – aan het inkappen was.

‘Ik vind het wel een mooie toer,’ wierp ik op.

Ze waren moeilijk te overtuigen. Hun magen knorden en hun gedachten stonden op een Belgisch gerecht met mayonaise. Aan kalme wegen hadden ze geen boodschap. Dan konden ze evengoed in Frankrijk gaan rondtoeren.

Na het tanken zijn we spontaan samen blijven rijden.

Pas in de late namiddag, tussen de tweede en de derde controlepost arriveerden we in een klein dorp, met een … friterie. De straat en het plein, het hele dorp was overrompeld door motoren. Volle plateaus met brochettes en frikandellen gingen de deur uit. Zowat de helft van alle deelnemers zat er te smakken en vingers af te likken. Mijn reisgezellen moesten nu toch wel blij zijn?!

‘Het is hier veel te druk,’ zei de fan van Johnny Hallyday, toen hij net naast zijn motor stond en met lede, hongerige ogen de wachtrij tot buiten zag aanzwellen. Hij gebaarde naar zijn vriend – die al bijna met zijn Triumph in de wachtrij stond – een opengedraaide gashendel en wees in de richting van de route. Zijn vriend imiteerde hem binnen de seconde en draaide ook aan zijn luchthendel, om meteen in dezelfde richting te wijzen.

Ik kon ze geen ongelijk geven. We reden door.

In Dottignies besloten we de rit met een frisse pint – zo goed als frieten – en nam ik afscheid van mijn twee Franse kompanen. Het was mooi geweest. A la prochaine!

Mijn eerste motor

Betonnen banen, lintbebouwing, koterijen en grauwe gevels, waarachter de helft van Vlaanderen naar de koers zat de kijken. Ergens op de weg, net voorbij een huis met een mini Atomium in de voortuin, stond een goed bewaarde Honda CB 750 Four uit de jaren ‘70. Ik stopte voor een kleine walk around. Het hoogtepunt van mijn motortrip, vorige zondag.

Mijn eerste motor was ook een CB 750. Ik was toen vier en een half jaar oud, het moment waarop mijn broer werd geboren.

Als ik terugdenk aan de geboorte van mijn broer, veranderde dat veel. Mijn ruimte in de kinderrij halveerde en de verantwoordelijkheid nam toe. Het zou niet lang meer duren of iedereen zou me zeggen dat ik “het voorbeeld” moest geven. De voorbeelden die ik gaf van wat hij mispeuterde, telden nooit mee.

In de dagen rond de geboorte stond ik er alléén voor. De moederliefde sliep op materniteit; de plaatsvervangende vaderliefde organiseerde het huishouden. Dat was in een tijd van hardnekkige rollenpatronen, waarin de man de lakens uitdeelde, de vrouw ze waste, streek, plooide en over het bed strekte. Eerlijk gezegd, heb ik mij vader nooit lakens zien uitdelen.

Ik ging met mijn vader om boodschappen, wij alléén. We vergaten wat gezonde voeding was, kochten rode limonade van grenadine en spendeerden ruime tijd in de speelgoedrayon. Dat is wat vaders in die omstandigheden doen. Ik mocht een Matchbox-autootje kiezen en nam een moto’tje. Het compenseerde zo goed als alles:

Op goed vier jaar was ik net gearriveerd in mijn oedipale fase. Om het oeuvre van Freud in een paar lijnen samen te vatten, dat is de fase waarin je met je moeder wil trouwen, je vader wil vermoorden, je vader daartegen protesteert en je moeder zegt dat je naar je vader moet luisteren. Kortom, een moeilijke context. (1)

De cadeaus voor mijn broertje stroomden toe. Van de blauwe en roze doopsuiker moest ik blijven, en andere kleuren waren er niet. Alle aandacht ging naar dat hulpeloos wezentje, terwijl ik in de tweede kleuterklas zat en al een deel van het leven had gezien. Er installeerde zich een begrijpelijke jaloezie. (2)

De ziekenhuiskamer was een weinig uitnodigende speelplaats. Die zomer was het bovendien snikheet en de ramen van het moederhuis konden niet open. Een algemene preventiemaatregel voor moeders met een postnatale depressie of een specifieke bescherming voor oudere broertjes die op de vensterbank hun eerste motor uittestten, ik heb het nooit begrepen. In ieder geval, het was een harde realiteit. (3)

Er zijn daar accidenten gebeurd, in dat ziekenhuis. De motor is omgevallen op het linoleum, is tegen de plinten gereden, neergestort van de formica tafel en we hebben die niet veel later uit de gleuf van de bruine nep lederen zetel mogen takelen. Van jongs af aan heb ik gezien hoe vlug een ongeluk kon gebeuren, ook wel hoe sterk zo’n Honda was.

Hadden mijn ouders geweten dat daar ook de motorliefde werd geboren, ze hadden me wellicht knikkers gegeven. Dan restaureerde ik nu misschien brandglas.

Ik ben hen nog altijd dankbaar dat ze mij in alles zelf leerden te kiezen. Ik heb heel veel meegekregen, maar de dingen die ik kreeg en zelf mocht kiezen, werden dieper in het geheugen gebeiteld dan al het andere. Als ik dus ooit in een vergevorderd stadium van dementie verkeer, mijn korte termijngeheugen nog op één streepje staat, zal ik kunnen teruggrijpen naar die geweldige kindertijd. Ik zal vanachter een gesloten raam naar buiten kijken, mijn omstaanders naar de toestand van het weer kunnen vragen en afwegen of de baangesteldheid nog een rit met mijn rode Honda toelaat. Wat ook het antwoord zal zijn, ik zal kinderlijk gelukkig zijn.

Ze zijn onverslijtbaar, die CB’s 750.

Mijn eerste opiniestuk met een oplossing

Vrouwen, mannen en kinderen

Onlangs was het internationale vrouwendag. De hele dag waren er op radio en televisie interviews, hevige discussies tot heftige ruzies over kloven, ongelijkheden, discriminatie, onderdrukking, onveiligheid en geweld. Allemaal, verschrikkelijke dingen. De vrouwelijke meerderheid van Facebook stond vol activistische berichten.  Op 19 november was het wereldmannendag. Dat hebben we vorig jaar in het gezin gevierd met een drankje en wat chips. De dag erop was het werelddag van het kind. Dat hebben we enkel met chips gevierd. Ik kon geen drank meer zien.

Ik vroeg me af of die themadagen wel nodig zijn. Kijkt een blinde uit naar de internationale dag van de witte stok op 15 oktober? Krijgt zijn hond andere brokken op 26 april, dag van de blindengeleidehond?

Een probleem

Gisteren was ik op de Schrijfdag in Antwerpen, bij Barbara de Munnynck over bloggen en bij Guillaume Van der Stighelen over opiniestukken.

Guillaume had een sterk punt. De hele problematiek van radicalisering in de maatschappij, en dat gaat niet alleen over de moslimgemeenschap, komt voort uit het feit dat men niet gehoord wordt. Een groep die geen aandacht krijgt, die niet beluisterd wordt, wordt radicaler. Zo simpel is het.

Daar een goed opiniestuk over schrijven is niet zo simpel, betoogde hij. Het probleem met veel opinies en opiniestukken is dat ze blijven vastzitten in de problematiek, en we hebben al problemen genoeg. Er worden boze brieven gestuurd naar kranten, die ze niet publiceren, omdat ze te boos zijn. Wat de lezer wil, is een oplossing of een deel van een oplossing, al is het maar een klein lichtpuntje in de complete duisternis.

Mijn opinie. Themadagen werken deradicaliserend en ze worden nog beter als ze naar een oplossing leiden. Themadagen zijn briljant. Dat woord nam ik mee uit de diamantstad, Antwerpen. Ze gebruiken dat daar veel. Maar, de timing van die themadagen kan veel beter. Gisteren liep ik als enige een hele dag met een motorhelm te zeulen. Vandaag is het dag van de motorrijder, en ik zit wellicht als enige voor mijn computer. Het wordt dringend tijd dat we die kalender herbekijken.

Een oplossing

Mijn voorstel is dat we uitgaan van de Schrijfdag als centraal punt in het jaar. Dat was zo goed. Ik heb iets opgestoken, zowel van Barbara als van Guillaume. De dag van de motorrijder kunnen we beter iedere dag inplannen. Wereldmannendag op 29 februari zetten, zou beter zijn voor mijn lever en iedere maand een internationale vrouwendag zou ook niet slecht zijn. Deradicaliseren!