Scheldeland 1 mei treffen (Wichelen)

De lucht was grijs als een vel gerecycleerd papier. De temperaturen waren in hun puberteit – tussen twaalf en achttien – aan het groeien naar de zomer. Ideaal weer dus, om de motor uit de garage te rijden. De driehonderdvijftig andere deelnemers waren van hetzelfde gedacht om af te zakken naar Wichelen.

Er waren vier pogingen nodig om het traject in de Tomtom te krijgen, met bijzondere dank aan MC Scheldeland voor het doorzettingsvermogen om het bestand toch maar op de console te krijgen. Dan bleek nadien dat de route hier en daar afweek van de pijlen en de toer die op het scherm van Garminers verscheen. Waar de ene doorreed, sloeg de ander af. Zo zullen wellicht alleen de Tomtommers aan de poort van het Hof te Melis hebben gestaan.  


Sightseeing zat er niet echt in. Het was geen rit om een postkaart over naar huis te schrijven. Deze tocht ging naar la Flandre profonde, haar ziel en haar littekens. We passeerden door dorpen waar de kerk altijd in het midden stond, tot de verkaveling uitgevonden werd. We zagen de typische huisvrouwen die de stoep vegen, afgemeten precies tot aan de denkbeeldige rooilijn met de buren. Dit was een rit door het echte Vlaanderen met haar kip-aan-het-spitkramen, straatrommelmarkten en wielrenners op terrassen. De trajectcontroles zijn er recent bijgekomen. Die dingen zie je in alle landen, maar nergens zo typisch als hier.

Ooit zal die Vlaamse gewoonte geklasseerd worden als werelderfgoed, beschermd door de Unesco. Wie weet, promoten Japanse reisbureaus dan Haaltert als een must visit attraction in een tiendaagse reis doorheen heel Europa. Of, vinden Chinezen het hip om banale Vlaamse rommel als collectors item uit een garageverkoop mee te nemen naar Shanghai. Zie je ze al staan op Zaventem, met in hun handbagage een nep Chinese vaas is Delfts blauw en een tinnen bord, mooi ingewikkeld in een weekendeditie van Het Laatste Nieuws?

Tomtom, Garmin of de pijlen, wat je ook volgde, het maakte allemaal niets uit. Alle wegen leidden terug naar Wichelen, na een mooie pauze in Sint-Amands. Zonder meer, een leuke rit.

Rotterdam

Het kriebelde alweer een tijdje. Desnoods naar Holland, maar het moest er zeker nog eens van komen. Het werd een weekendje Rotterdam, via Zeeland heen, via Noord-Brabant langs Antwerpen terug. Enkele impressies van het Manhattan van Europa …

Wir schaffen das!

Vorig weekend zat het huis vol hormonen. Vijftien bendeleden van de Chiro zijn twee nachten komen logeren om overdag out of the box te gaan denken over hun jaaractiviteiten.  De scharnieren van de badkamerdeur hebben hun drukste weekend ooit beleefd. ’s Morgens lagen er overal lichamen, het hele huis door. In iedere stekker stak een smartphone. Ook al hadden ze niet meer nodig dan de wifi-code en wat plaats in de frigo voor een halve emmer spaghettisaus, ik ben gevlucht. Het was me te druk.

Ik dacht spontaan aan het land van Merkel. Nergens is een  vluchteling zo welgekomen als in Duitsland, dacht ik. Dus, vlug een Tomtom-route gedownload, een beetje gewijzigd en vertrokken.

Mijn rondrit begon in Cochem, een toeristisch plaatsje aan de Moezel, in meerdere opzichten vergelijkbaar met Dinant aan de Maas. Vanaf hier ging het meteen de hoogte in, met enkele pittige haarspelden en vooral veel bos. De hele dag stond in het teken van rijden, bochten en genieten op twee wielen.

Het leuke aan Duitsland is dat je op de wegen buiten de dorpen meestal honderd mag rijden. Het is aangenaam om niet altijd je snelheidswijzer in het oog te moeten houden, als je jezelf maar weet in te tomen tot vijftig in de bebouwde kom.

Duitsers houden van strakke regels, die ze graag pünktlich toepassen. Alles in vakjes. Zo zie je af en toe borden die expliciet motorrijders – en zij alléén – verbieden ergens in te rijden, zelfs borden die een lagere maximumsnelheid aangeven voor motoren dan die voor auto’s. Hoe grappig dit ook lijkt, Duitsers hebben weinig gevoel voor humor.

Duitsers groeten ook zeer weinig. Er is een tijd geweest dat ze hun arm uitstaken tot aan de zon. Dat is gedaan. Als een Duitser nu nog een motorgroet uitbrengt, is het een slap handje. De meeste kijken strak voor zich uit, zoals ze het geleerd hebben in de rijschool. Ze stralen geen camaraderie uit, die Duitsers.  Je hebt een dikke fleece nodig om de warmte van hun verwelkoming te voelen.

Kamperen deed ik die koude nacht in Historische Muehle Vogelsang in Brodenbach, een vrij eenvoudige, rustige camping. Iemand die Greta had kunnen noemen, deed er de administratie vanachter de bar.

De keuken – open tot tien uur ‘s avonds – zou er volgens de reviews goed zijn. Helaas waren alle tafels die avond al bezet. En, gereserveerd is gereserveerd, voor een Duitser. Dus, droop ik af. Ik ging bij een Italiaan langs de Moezel een pizza eten, mit einem großen Bier.

Toen ik tegen half acht weer op de camping kwam, was het terras leeg en zat er geen kat meer in het restaurant. Meine Füße, alle Tische sind besetzt [Mijn voeten, alle tafels zijn bezet]. Greta had er mij opgelegd of wou gewoon vroeg genoeg thuis zijn om naar haar feuilleton te kijken.

Ook Boris aus Köln werd door Greta de laan uitgestuurd. Ik herkende hem van bij de Italiaan. Bleek dat hij op de camping amper vijf meter van mij stond. Ook hij had het in zijn eigen stad horen donderen bij de aanblik van het lege restaurant, nadat hij met een maag vol pasta terug op de camping arriveerde.

Boris had in enkele dagen de fietsroute van honderdvijfentwintig kilometer gedaan op de oude spoorweg tussen Aken (Duitsland) en Troisvierges (Luxemburg),  doorheen onze Hoge Venen en Oostkantons. Hij zou nog overnachten in Koblenz en daarna met zijn rode ligfiets terug naar Keulen rijden.

De volgende ochtend reed ik nog naar Eltz, naar het kasteel dat meer dan 800 jaar in handen van dezelfde familie is gebleven en er nog steeds toe behoort. Mooi, Duits en vooral speciaal!

Van hieruit ging het naar de Nürburgring, compleet verzonken in de mist. De race met opgefokte Ford Fiesta’s, het evenement van de dag, ging daardoor niet door. Niet dat ik zo’n Fiesta-fan ben, maar ik had toch graag eens in de tribune van het circuit gezeten, wat een mooier beeld had opgeleverd dan een selfie voor het hoofdgebouw.

Terug naar België, via Sankt Vith naar Eupen, waar het lokale wereldkampioenschap langlaufen op wielen plaatsvond. Hoe komen ze erbij?

Het zijn negenhonderdzesenzeventig fijne kilometers  geweest.

Nog eens naar de Moezel? Misschien, met een fleece dan, voor het treffen van de Duizend Bochten. Anders, zal het de Ardennen worden. Die hebben ook veel te bieden.

Ik wou een inktvis eten op het einde van de wereld

Het was de bedoeling om enkel Galicië in kaart te brengen, als een nog onontgonnen terrein. Galicië was mij bekend omwille van zijn vele wandelaars naar Santiago, slechts weinig uit de verhalen van motorrijders. Vooral dat symbolische einde van de wereld – Fisterre – trok mij aan.

Ik ben er naartoe gereden en het was een o zo gevarieerde reis. Al vlug ging het niet volgens plan. Of, er was het weer. Er was het verdwalen. Of, gewoon de keuzes die moesten gemaakt worden.  En, dan waren er weer de mensen die je tegenkwam, die je verleidden tot andere plannen, zoals de N222 in Portugal.

Het is uiteindelijk een motorreis geworden, die van dag tot dag gepland werd. Finaal heb je om te reizen maar één punt nodig om naartoe te gaan, en al de rest wijst onderweg zichzelf uit. Of je dat punt nu wel of niet bereikt, maakt zelfs niet eens uit. Dat leerde ik van de Duitser op de ligfiets. Niets is leuker dan plannen maken en er dan van afwijken omdat er iets op je route komt. Nog nooit, had hij een reis gemaakt zoals hij die gepland had.

Het plan was Fisterre heen en terug, in een lus. Ik wou een inktvis eten op het einde van de wereld.

Deze trip ging van de Bordeaux-streek over Santander naar de Picos de Europa. Vandaar naar Galicia langs de kust, met een bezoek aan Santiago en verder tot bij de grens van Portugal. Via Porto de Porto-route tot in het binnenland van Spanje, naar Toledo en de molens, waar Don Quichot literair tegen vocht. Dan even de Middellandse Zee aangeraakt. Ik dacht dat het daar wat frisser zou zijn. Via de Ebro naar Andorra. Door Frankrijk naar de Cevennes, om uiteindelijk via een nostalgische herinnering terug naar huis te rijden.

Het verhaal lees je hier.