Wir schaffen das!

Vorig weekend zat het huis vol hormonen. Vijftien bendeleden van de Chiro zijn twee nachten komen logeren om overdag out of the box te gaan denken over hun jaaractiviteiten.  De scharnieren van de badkamerdeur hebben hun drukste weekend ooit beleefd. ’s Morgens lagen er overal lichamen, het hele huis door. In iedere stekker stak een smartphone. Ook al hadden ze niet meer nodig dan de wifi-code en wat plaats in de frigo voor een halve emmer spaghettisaus, ik ben gevlucht. Het was me te druk.

Ik dacht spontaan aan het land van Merkel. Nergens is een  vluchteling zo welgekomen als in Duitsland, dacht ik. Dus, vlug een Tomtom-route gedownload, een beetje gewijzigd en vertrokken.

Mijn rondrit begon in Cochem, een toeristisch plaatsje aan de Moezel, in meerdere opzichten vergelijkbaar met Dinant aan de Maas. Vanaf hier ging het meteen de hoogte in, met enkele pittige haarspelden en vooral veel bos. De hele dag stond in het teken van rijden, bochten en genieten op twee wielen.

Het leuke aan Duitsland is dat je op de wegen buiten de dorpen meestal honderd mag rijden. Het is aangenaam om niet altijd je snelheidswijzer in het oog te moeten houden, als je jezelf maar weet in te tomen tot vijftig in de bebouwde kom.

Duitsers houden van strakke regels, die ze graag pünktlich toepassen. Alles in vakjes. Zo zie je af en toe borden die expliciet motorrijders – en zij alléén – verbieden ergens in te rijden, zelfs borden die een lagere maximumsnelheid aangeven voor motoren dan die voor auto’s. Hoe grappig dit ook lijkt, Duitsers hebben weinig gevoel voor humor.

Duitsers groeten ook zeer weinig. Er is een tijd geweest dat ze hun arm uitstaken tot aan de zon. Dat is gedaan. Als een Duitser nu nog een motorgroet uitbrengt, is het een slap handje. De meeste kijken strak voor zich uit, zoals ze het geleerd hebben in de rijschool. Ze stralen geen camaraderie uit, die Duitsers.  Je hebt een dikke fleece nodig om de warmte van hun verwelkoming te voelen.

Kamperen deed ik die koude nacht in Historische Muehle Vogelsang in Brodenbach, een vrij eenvoudige, rustige camping. Iemand die Greta had kunnen noemen, deed er de administratie vanachter de bar.

De keuken – open tot tien uur ‘s avonds – zou er volgens de reviews goed zijn. Helaas waren alle tafels die avond al bezet. En, gereserveerd is gereserveerd, voor een Duitser. Dus, droop ik af. Ik ging bij een Italiaan langs de Moezel een pizza eten, mit einem großen Bier.

Toen ik tegen half acht weer op de camping kwam, was het terras leeg en zat er geen kat meer in het restaurant. Meine Füße, alle Tische sind besetzt [Mijn voeten, alle tafels zijn bezet]. Greta had er mij opgelegd of wou gewoon vroeg genoeg thuis zijn om naar haar feuilleton te kijken.

Ook Boris aus Köln werd door Greta de laan uitgestuurd. Ik herkende hem van bij de Italiaan. Bleek dat hij op de camping amper vijf meter van mij stond. Ook hij had het in zijn eigen stad horen donderen bij de aanblik van het lege restaurant, nadat hij met een maag vol pasta terug op de camping arriveerde.

Boris had in enkele dagen de fietsroute van honderdvijfentwintig kilometer gedaan op de oude spoorweg tussen Aken (Duitsland) en Troisvierges (Luxemburg),  doorheen onze Hoge Venen en Oostkantons. Hij zou nog overnachten in Koblenz en daarna met zijn rode ligfiets terug naar Keulen rijden.

De volgende ochtend reed ik nog naar Eltz, naar het kasteel dat meer dan 800 jaar in handen van dezelfde familie is gebleven en er nog steeds toe behoort. Mooi, Duits en vooral speciaal!

Van hieruit ging het naar de Nürburgring, compleet verzonken in de mist. De race met opgefokte Ford Fiesta’s, het evenement van de dag, ging daardoor niet door. Niet dat ik zo’n Fiesta-fan ben, maar ik had toch graag eens in de tribune van het circuit gezeten, wat een mooier beeld had opgeleverd dan een selfie voor het hoofdgebouw.

Terug naar België, via Sankt Vith naar Eupen, waar het lokale wereldkampioenschap langlaufen op wielen plaatsvond. Hoe komen ze erbij?

Het zijn negenhonderdzesenzeventig fijne kilometers  geweest.

Nog eens naar de Moezel? Misschien, met een fleece dan, voor het treffen van de Duizend Bochten. Anders, zal het de Ardennen worden. Die hebben ook veel te bieden.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.