Over vrouwen en motoren verkopen

De knoop was doorgehakt. Ik schreef een korte tekst met een hoog you-only-live-once-gehalte en plaatste de CBR op 2ehands. De advertentie is duizendhonderdzevenenzestig – meer dan duizend! – keer aangeklikt, met een responsratio van één op honderd.

Koen

Koen was de eerste. Nog voor hij de motor had gezien, gaf hij zijn telefonisch akkoord over de prijs. De dag erop is hij komen kijken. Ik schatte hem eind de vijftig, maar hij was wellicht jonger. Op zwarte Crocs stapte hij van een paarse BMW F650 (van zijn vrouw) en is een half uur blijven sloffen rond de CBR. Exact wat hij zocht.

Alléén, moest hij zijn omgebouwde Ducati Sport nog verkocht krijgen, wat niet zo evident leek. Zijn Italiaan was een beetje vermassacreerd. Hij zou me in ieder geval iets laten weten als het zover was, als hij verkocht was.

Een maand na onze afspraak ben ik nog eens naar die annonce gaan kijken. Zijn prijs had intussen een tweede parachutesprong gemaakt en zijn zoekertje was als een Tetris-blok naar pagina veertien van de Ducati’s gezakt. Ik had wat te doen met Koen.

Laurent

Laurent was sluwer door vooraf al wat te negotiëren. Hij zette een verlaagd plafond op de prijs. Onder die voorwaarde wou hij wel eens komen kijken.

Laurent had zijn vrouw meegebracht, die voor de gelegenheid een zalmkleurig deux-pièceske had aangetrokken. Ze droeg zware brilglazen, wat de rimpels rond haar ogen enorm uitvergrootte. De roze lippenstift accentueerde ook iets te sterk haar mondhoeken, waardoor die nog meer naar beneden wezen. Het was moeilijk uit te maken of het koppel met pensioen was. Maar, aan de afstand tussen de twee te zien, leek het er toch op dat ze hun zilveren bruiloft al hadden gevierd.

Laurent gooide zijn sigarettenpeuk op de oprit en inspecteerde secuur alle bewegende delen van de machine. Behalve zijn commentaar dat de achterste remblokken niet meer zoveel over hadden, was er niets op aan te merken. Na een uitvoerige tweede examenronde met draaiende motor, vroeg hij naar de prijs. De grapjas, hij had die prijs zelf gezet?! Toen het getal uiteindelijk nogmaals viel, kreeg zijn wederhelft in de mot waar dit naartoe zou leiden. De ogen van Laurent begonnen te blinken, die van haar te knipperen.

‘Laurent, ’t is wel een zeshonderd, hé,’ snaterde ze.

‘Hm, hm, ik ken die moto,’ liet hij rustig vallen, zonder haar aan te kijken. Zijn trage manier van spreken imponeerde.

‘Het is een zeshonderd. Gaat dat niet te zwaar zijn?’

‘Bwa, ik heb daar nog mee gereden,’ ging hij verder, terwijl hij wat prutste aan de gashendel en in snokjes het toerental opdreef, ook wel het hare.

‘Ja maar toch, ’t is wel een zeshonderd, hé!’

Ik stond zwijgzaam aan de kant te rekenen. Alles opgeteld, gaf ze de indruk dat het hier over een achttienhonderd ging. En de manier waarop ze op vijf meter afstand van de motor stond te draaien als een kapotte grammofoonplaat, deed vermoeden dat dit niets zou worden.

Ze gingen er nog eens over nadenken.

Laurent is me nog drie weken blijven schrijven dat hij telkens tegen het einde van de week zou beslissen. Daarna heeft zij waarschijnlijk de internetkabel doorgeknipt. Ik heb hem nadien niet meer gehoord of gelezen.

Luc

Luc, een veertiger met een modebaard en houthakkershemd, ging er evengoed nog een nachtje over slapen. Hij was komen proefrijden en wellicht was het hem gewoon daarom te doen. Hij twijfelde tussen vijf compleet verschillende motoren en was pas de week ervoor beginnen zoeken. Iedere dag kwam er een motorfiets bij. De kans dat dit een winnaar was, was even groot als drie juiste kruisjes op de Lotto.


Het was een moeilijke periode. Ik bleef in dubio. Houden of wegdoen? Enfin, na een maand op 2ehands hield ik het voor bekeken. Ik besloot om de CBR te houden.

Koen, Laurent, Luc en de zeven fun-bieders (in stijgende volgorde: Jamal, Choco, Nina, Olie86, Yves-François, Tokio en Lente2020) waren de revue gepasseerd. Koen zat in nesten, Laurent onder de sloef en Luc in twijfels. Ik had het gevoel dat ergens in de sterren, al was het maar op een kleine post it, stond geschreven dat ik die CBR niet mocht wegdoen. Ik bleef dralen. Op zaterdag zou ik de advertentie eraf halen.

Filip

Vrijdagavond – jawel – bood Filip op een haar na, de vraagprijs. Goodbye motorcycle! Filip moest alleen nog een bestelwagen regelen om de Honda te komen ophalen, schreef hij. Hij leek vastbesloten om te kopen. ’t Was weekend. Ik correspondeerde terug dat het een kleine moeite was om die te brengen, als hij zeker was van zijn stuk. Ik hoefde de motor niet naar hem te rijden, antwoordde hij binnen de tien minuten. Twintig uur later mailde hij dat zijn vrouw het eigenlijk niet zag zitten.

Na het debacle met Laurent (van de sigarettenpeuk op de oprit) en zijn madam, kon ik me daar iets bij voorstellen. June – mijn madam – vond dat allemaal flauwekul. Mannen moeten niet altijd de schuld op hun vrouw afschuiven. Klopt.

Intussen heeft June met Vladimir, de glazenier, haar mening wel wat bijgespijkerd.

Vladimir

Vladimir, die een venster kwam opmeten, had in de garage zijn oog laten vallen op de CBR en vroeg of de motocykl van June was. Hij keek ernaar als een kind naar de regenboog. June, die de verkoop een duwtje in de rug wou geven, liet meteen weten dat de motocykl te koop stond, maar niet de hare was. Hij mocht me onmiddellijk opbellen.

‘Ich zou wel wielen, maar ich mag nie mehr van mijn frau,’ zei hij.

Vladimir vertelde dat hij ooit met zijn Natacha op een gelijkaardige motor aan tweehonderdvijftig over de autostrade had geraasd. Wat een onnozelaar! Tweehonderdvijftig! Het arme kind had doodsangsten uitgezweet. Met de daver op haar lijf had ze een week niet meer geslapen. Tot lang daarna had ze traumatische flashbacks van de snelheidsmeter, die over de tweehonderd ging. Om een lang verhaal kort te maken, dat was Vladimir’s laatste rit. Voortaan zat hij gevangen tussen de vier wielen van zijn camionette, zijn gevlamde motorhelm opgeborgen in een toegeplakte kartonnen doos op de zolder.

Daarop is June bijgedraaid. Vrouwen kunnen effectief nefast zijn voor de verkoop van een motor, geeft ze nu toe, maar daar hebben ze dan hun redenen voor. Bijkomend concludeerde ze dat ik van geluk mocht spreken, dat zij nooit moeilijk heeft gedaan toen ik terug wou motorrijden. Dat klopt!

Ze is anders dan die andere vrouwen.

Bovendien ben ik blij dat ze ook niet moeilijk gaat doen als ze in de garage even niet aan de boormachine zal kunnen omdat er twee Honda’s voor staan.

Van ’t weekend vervang ik de remblokken achteraan. Ik hou de CBR.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.