Mijn eerste motor

Betonnen banen, lintbebouwing, koterijen en grauwe gevels, waarachter de helft van Vlaanderen naar de koers zat de kijken. Ergens op de weg, net voorbij een huis met een mini Atomium in de voortuin, stond een goed bewaarde Honda CB 750 Four uit de jaren ‘70. Ik stopte voor een kleine walk around. Het hoogtepunt van mijn motortrip, vorige zondag.

Mijn eerste motor was ook een CB 750. Ik was toen vier en een half jaar oud, het moment waarop mijn broer werd geboren.

Als ik terugdenk aan de geboorte van mijn broer, veranderde dat veel. Mijn ruimte in de kinderrij halveerde en de verantwoordelijkheid nam toe. Het zou niet lang meer duren of iedereen zou me zeggen dat ik “het voorbeeld” moest geven. De voorbeelden die ik gaf van wat hij mispeuterde, telden nooit mee.

In de dagen rond de geboorte stond ik er alléén voor. De moederliefde sliep op materniteit; de plaatsvervangende vaderliefde organiseerde het huishouden. Dat was in een tijd van hardnekkige rollenpatronen, waarin de man de lakens uitdeelde, de vrouw ze waste, streek, plooide en over het bed strekte. Eerlijk gezegd, heb ik mij vader nooit lakens zien uitdelen.

Ik ging met mijn vader om boodschappen, wij alléén. We vergaten wat gezonde voeding was, kochten rode limonade van grenadine en spendeerden ruime tijd in de speelgoedrayon. Dat is wat vaders in die omstandigheden doen. Ik mocht een Matchbox-autootje kiezen en nam een moto’tje. Het compenseerde zo goed als alles:

Op goed vier jaar was ik net gearriveerd in mijn oedipale fase. Om het oeuvre van Freud in een paar lijnen samen te vatten, dat is de fase waarin je met je moeder wil trouwen, je vader wil vermoorden, je vader daartegen protesteert en je moeder zegt dat je naar je vader moet luisteren. Kortom, een moeilijke context. (1)

De cadeaus voor mijn broertje stroomden toe. Van de blauwe en roze doopsuiker moest ik blijven, en andere kleuren waren er niet. Alle aandacht ging naar dat hulpeloos wezentje, terwijl ik in de tweede kleuterklas zat en al een deel van het leven had gezien. Er installeerde zich een begrijpelijke jaloezie. (2)

De ziekenhuiskamer was een weinig uitnodigende speelplaats. Die zomer was het bovendien snikheet en de ramen van het moederhuis konden niet open. Een algemene preventiemaatregel voor moeders met een postnatale depressie of een specifieke bescherming voor oudere broertjes die op de vensterbank hun eerste motor uittestten, ik heb het nooit begrepen. In ieder geval, het was een harde realiteit. (3)

Er zijn daar accidenten gebeurd, in dat ziekenhuis. De motor is omgevallen op het linoleum, is tegen de plinten gereden, neergestort van de formica tafel en we hebben die niet veel later uit de gleuf van de bruine nep lederen zetel mogen takelen. Van jongs af aan heb ik gezien hoe vlug een ongeluk kon gebeuren, ook wel hoe sterk zo’n Honda was.

Hadden mijn ouders geweten dat daar ook de motorliefde werd geboren, ze hadden me wellicht knikkers gegeven. Dan restaureerde ik nu misschien brandglas.

Ik ben hen nog altijd dankbaar dat ze mij in alles zelf leerden te kiezen. Ik heb heel veel meegekregen, maar de dingen die ik kreeg en zelf mocht kiezen, werden dieper in het geheugen gebeiteld dan al het andere. Als ik dus ooit in een vergevorderd stadium van dementie verkeer, mijn korte termijngeheugen nog op één streepje staat, zal ik kunnen teruggrijpen naar die geweldige kindertijd. Ik zal vanachter een gesloten raam naar buiten kijken, mijn omstaanders naar de toestand van het weer kunnen vragen en afwegen of de baangesteldheid nog een rit met mijn rode Honda toelaat. Wat ook het antwoord zal zijn, ik zal kinderlijk gelukkig zijn.

Ze zijn onverslijtbaar, die CB’s 750.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.