Op reis door Gent wereldhaven

In de witte duisternis van mistbanken schuilde een verspreide kudde schapen. Het zouden de openingszin van een reis door Schotland kunnen zijn. Schotland was slechts een vlugge associatie met die mist en die schapen in mijn hoofd, want veel verder dan de haven van Gent kwam ik niet.

Mijn winterrondritten zijn tot nu toe allemaal dicht bij huis gebleven, hoogstens een uur of twee doelloos toeren, tochten in de categorie vinden zonder zoeken. Simpelweg de baan op, af en toe een lange bocht. Het volstaat om de batterij van de motor en die van mij weer op te laden. Met wat geluk is er ergens onderweg een koffie.

Een espresso, zwart, zonder suiker, bij het Afrikaans koppel van café De Zwaan in Langerbrugge zou fijn geweest zijn. Ik was nieuwsgierig naar hun verhaal. Alleen al het traject van Afrika naar Langerbrugge, of all places, sprak tot de verbeelding.

In mijn fantasie voeren ze als verstekelingen de Gentse zeehaven binnen, overleefden ze een paar illegale jaren in de leegstaande elektriciteitscentrale een eindje verderop, en roosterden ze af en toe een gestolen schaap uit de omgeving. Na de nodige stempels van de Dienst Vreemdelingenzaken begonnen ze te werken in café De Zwaan. Van het één kwam het ander, en ze namen de zaak over.  Of, die mensen zijn gewoon hier geboren, de ene in het Jan Palfijn-ziekenhuis, de andere in het UZ Gent. Ze werkten samen in de Finse papierfabriek. Er groeide iets. Ze kusten elkaar voor het eerst in dat café, droomden van een eigen business en namen de zaak over. De vorige eigenaar – ook daar was er iets gegroeid – had een vrouwelijke kapitein aan de haak geslagen en is de wereldzeeën gaan bevaren, in de kombuis van haar schip. Dat kan ook.

Helaas, ik heb het hen niet kunnen vragen. Op de valreep van 2016 naar 2017 heeft er een ernstige schouwbrand gewoed. Café De Zwaan is nu gebarricadeerd en dichtgetimmerd met houten platen. Geen koffie.

Ik nam de veerdienst. Ik had de boot voor mij alleen. De haven lag er vredig bij. Aan de overkant priemden de witte ogen van een containertruck door de mist. Rondom rond, waren er de vage silhouetten van kranen, schepen en fabrieken, allemaal kolossaal veel groter dan wat je in de stad ziet.

Na het aanmeren reed ik langs het logistiek centrum van Honda Europe. Ik mocht dan al de enige motor op de weg zijn, hier passeerden vorig jaar honderddrieënvijftigduizend motoren, allemaal Honda’s, die vanuit Japan de weg vonden naar Nederland, Duitsland, Oostenrijk en België. Ook mijn Japanner moet in 1998 op één van deze laadkaaien vertrokken zijn.

Een uur ben ik blijven dwalen tussen de dokken, tussen het Braziliaans ijzererts en de steenkolen uit China, tussen het oud ijzer en een chocoladefabriek. Ik pikte nog wat mooie bochten mee en reed via de R4 naar huis.

Afgestapt, de helm afgenomen, de handschoenen uitgetrokken, gaf ik de benzinetank een vuistje. Ik had een blij gevoel na mijn rit. Pas bij het schrijven besefte ik, dat ik in mijn helmgedachten een kleine wereldreis had ondernomen. Zoveel delen van de wereld die op die plaats samenkomen, en ik maakte daar deel van uit! Ik reisde door Gent wereldhaven.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.